Inhoudsopgave Bouwreglement en bouwvoorschriften

Artikel Omschrijving Blz.

Artikel 1.     Begripsbepalingen                                      blz. 2
Artikel 2.     Verenigingsbouwvergunning                       blz. 3
Artikel 3.     Bouwwerken op tuinen                               blz. 4
Artikel 4.     Procedure aanvraag bouwvergunning         blz. 4
voor bouwwerken
Artikel 5.     Tuinhuis                                                     blz. 5
Artikel 6.     Schuur                                                       blz. 7
Artikel 7.     Kweekkas                                                   blz. 7
Artikel 8.     Overige bouwwerken                                   blz. 8
Artikel 9.     Algemeen                                                    blz.11
BOUWREGLEMENT EN BOUWVOORSCHRIFTEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze voorschriften wordt verstaan onder:
1.1. Bouwcommissie
Een jaarlijks door de algemene ledenvergadering te benoemen commissie, bestaande uit ten minste 3 leden, welke taxaties verricht en toezicht houdt op het oprichten, het wijzigen, het onderhoud en gebruik van bouwwerken.
1.2. Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming, hetzij direct of indirect met de grond verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Voorbeelden zijn: een tuinhuis, schuur, kweekkas, tuinopbergkast, gereedschapkist, gasflessenkist, windscherm / tuinscherm, broeibak, broeitunnel, pergola, septic-tank, zakput, compostbak, wallenkantbeschoeiing, vijvers, tenten en kinderbadjes/zwembaden.
1.3. Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten, ruimte vormt, b.v. een tuinhuis, schuur en kweekkas.
1.4. Bouwen
Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.5. Bouwtekening
Een tekening, getekend op A4-formaat, schaal 1 : 100, duidelijk en ter zake kundig uitgevoerd, waarop mede staat aangegeven de aard van de te gebruiken materialen en toe te passen kleuren. Tevens moet op schaal 1 : 100 de situering met maten zijn aangegeven.
Op deze situatieschets moet de plaats van de septic-tank, zakput(ten), alsmede het verloop van de afvoerbuizen, waterleiding en elektrische leidingen, aangegeven zijn.
Tevens moet worden aangegeven de hoogte van de vloer van het gebouw ten opzichte van het pad (max. 25 cm.).
Artikel 2. Verenigingsbouwvergunning
Het Dagelijks Bestuur (DB) neemt geen enkele beslissing tot het verlenen of weigeren van een verenigingsbouwvergunning dan na een schriftelijk advies van de Bouwcommissie. (zie procedure aanvraag bouwvergunning voor bouwwerken, artikel 4)
2.1. Het is niet toegestaan om op ons volkstuinencomplex zonder toestemming van het DB enig bouwwerk te plaatsen, geheel of gedeeltelijk op te richten, te vernieuwen of te vergroten.
2.2. Geen verenigingsbouwvergunning zal worden verleend, indien de aanvrager van de vereniging geen opstalrecht heeft verkregen voor de tuin waarvoor de toestemming wordt gevraagd.
2.3. Bouwwerken, welke worden geplaatst, geheel of gedeeltelijk opgericht, vernieuwd, veranderd of vergroot, zonder dat de daarvoor in deze reglementen genoemde verenigingsbouwvergunning is verleend, moeten nadat door het DB hieromtrent overleg met het tuinlid is gepleegd of bij aangetekend schrijven aan het betreffende tuinlid kenbaar is gemaakt, worden verwijderd.
Indien het tuinlid geen gevolg geeft aan deze beslissing, zal het bouwwerk voor rekening en risico van het lid worden verwijderd.
2.4. De bouwwerken, die op de dag van inwerkingtreding van dit reglement bestaan, vallen alleen voor wat betreft enige verandering onder dit reglement.
2.5. Bij overdracht van een tuin waarop een bouwwerk met een verenigings-bouwvergunning en eventueel ook een gemeentelijke bouwvergunning staat, kan het DB van de oude eigenaar eisen, dat deze het bouwwerk in de staat terugbrengt, waarvoor de vergunning destijds is aangevraagd en verleend.
Indien het een bouwwerk betreft waar nog geen gemeentelijke bouwvergunning voor is afgegeven, dan kan het bestuur eisen dat de nieuwe eigenaar het bouwwerk aanpast aan de huidige bouwvoorschriften. Nadat dit is voltooid, zal het bestuur alsnog een schriftelijk akkoord afgeven.
2.6. Als de verenigingsbouwvergunning is verleend en toestemming tot bouw door de Bouwcommissie is gegeven, moet het gebouw binnen een tijdsbestek van twee jaar na datum van de verleende vergunning en toestemming gereed zijn.
2.7. Eventuele oude gebouwen dienen binnen drie maanden nadat het vervangende nieuwe gebouw waterdicht is, verwijderd te zijn.
2.8. Een ieder kan publiekrechtelijk een gemeentelijke bouwvergunning aanvragen. Het Dagelijks Bestuur kan privaatrechtelijk, indien de aanvraag in strijd is met de vermelde bouwvoorschriften van V.T.V. Kweeklust, toestemming tot bouwen weigeren.
2.9. In alle gevallen, waarin dit bouwreglement niet voorziet, beslist het Dagelijks Bestuur in overleg met de Bouwcommissie.
Artikel 3. Bouwwerken op tuinen
3.1. Op een tuin kleiner dan 200 m² mag geen ander gebouw geplaatst worden dan een schuur (maximaal 6 m²) en een kweekkas. Het totale gebouwoppervlak mag maximaal 12 m² zijn, inclusief een eventuele tuinopbergkast van maximaal 1,5 m².
3.2. Op een tuin groter dan 200 m² mag het oppervlak van een tuinhuis, tuinopbergkast (maximaal 1,5 m²) en eventueel samen met een schuur (maximaal 6 m²), niet groter zijn dan 10% van het tuinoppervlak tot een maximum van 30 m² en een kweekkas van maximaal 6 m².
3.3. Op alle tuinen mogen ook overige bouwwerken geplaatst worden
(zie onder begripsbepalingen 1.2.  en 8.1. de voorbeelden van deze bouwwerken) (zie ook artikel 9.6.).
Artikel 4. Procedure aanvraag bouwvergunning voor bouwwerken
4.1 Het lid stelt de Bouwcommissie in kennis van het voornemen tot het geheel of gedeeltelijk plaatsen, bouwkundig wijzigen, veranderen of uitbreiden van bouwwerken.
4.2 Betreft het bouwwerk een gebouw (tuinhuis, schuur of kweekkas) dan moet een bouwtekening en/of documentatie  worden ingediend.
4.3 Na toetsing van het bouwplan op basis van het bouwreglement en bouwvoorschriften door de Bouwcommissie en na eventueel overleg met de  aanvrager, geeft het Dagelijks Bestuur schriftelijk een ondertekende verenigingsbouwvergunning tot bouwen of een weigering van het bouwplan.
4.4 Na goedkeuring van het bouwplan moet, indien de tuin niet eerder is voorzien van een tuinhuis, een bouwvergunning worden aangevraagd bij de Gemeente Weesp.
De kosten voor leges en eventuele bijkomende kosten zijn voor rekening van de aanvrager. Een kopie van de gemeentelijke vergunning moet worden overhandigd aan de Bouwcommissie ter vergelijking met de goedgekeurde verenigingstekening.
Is de gemeentelijke vergunning gelijk aan de goedgekeurde verenigingstekening, dan wordt een verenigingsbouw-vergunning afgegeven.
Bij verkoop van het tuinhuis aan de nieuwe eigenaar dient bij de overdracht naast de verenigingsbouwvergunning ook de originele gemeentelijke bouwvergunning overhandigd te worden.
4.5 Nadat de plaats van het gebouw op de desbetreffende tuin is uitgezet en gemarkeerd stelt de bouwer schriftelijk de Bouwcommissie hiervan in kennis. De Bouwcommissie deelt de bouwer schriftelijk, binnen 14 dagen na kennisgeving, mee of de uitzetting is goedgekeurd.
Artikel 5. Tuinhuis
–                     Voor de plaatsing van een tuinhuis zie artikel 4.
–                     Een tuinhuis mag slechts bestaan uit een begane grond en een vliering, welke laatste niet voor slaapruimte mag worden gebruikt.
5.1. Oppervlakte bepaling tuinhuis
–                     De oppervlakte van het grondvlak van het tuinhuis wordt buitenwerks gemeten.
–                     Een dakoverstek gemeten buitenwerks in verticale projectie van maximaal 0,5 m is toegestaan.
–                     Bij een overstek groter dan 0,5 m wordt het meerdere opgeteld bij het oppervlak van het tuinhuis.
5.2. Type tuinhuis
Het te bouwen type tuinhuis geschiedt in overleg met de Bouwcommissie.
Het Dagelijks Bestuur behoudt het recht op bepaalde type tuinhuisjes c.q. bouwmaterialen te weigeren, indien zij menen, dat deze niet passen in het algemene aanzicht van ons complex.
5.3. Toegestane materialen en kleuren
–                     De fundering tuinhuis mag bestaan uit tegels en/of betonnen opsluitbanden. Een gegoten betonplaat en/of metselwerk is niet toegestaan.
–                     De buitenwanden bestaan uit hout of milieuvriendelijk kunststof (bij voorkeur liggende rabbatdelen).
–                     Toegestane kleuren zijn: bruin, donkergroen en crème. Kleurnuances op kozijnen, ramen en deuren zijn toegestaan. De toe te passen kleuren mogen niet opvallen in de omgeving, kleurwijziging  moet van tevoren worden gemeld aan de Bouwcommissie.
5.4. Dakbedekking
–                     Als dakbedekking zijn toegestaan bitumineuze dakbedekking afgewerkt met leislag, alsmede stalen dakplaten met dakpannenprofiel. Voor de dakbedekkingen gelden de kleuren groen, roodbruin, grijs en zwart. Overige dakbedekking in overleg met de Bouwcommissie.
(Info)  Toepassing daksingles
–                     Op een dak met een helling groter dan 25° kunnen de singles rechtstreeks op de ondergrond worden aangebracht.
–                     Wanneer de helling 15 – 25° is moet eerst een dakbedekking worden aangebracht b.v. “plakspijkerrol”.
–                     Een dak met een helling kleiner dan 15° is niet geschikt voor singles.
5.5. Toegestane hoogte
–                     De hoogte tussen het hoogste punt van een puntdak en de bovenkant vloer mag niet meer bedragen dan 3,25 m. Deze afstand mag bij een plat dak niet meer bedragen dan 2,75 m.
–                     De hoogte tussen onderkant dak en bovenkant vloer mag niet meer bedragen dan 2,50 m. gemeten langs de opgaande buitenwand en mag niet minder zijn dan 1,50 m.
–                     De vrije binnenhoogte tussen vloer en plafond in de woon- en slaapkamer(s) moet tenminste 2,20 m bedragen.
–                     De afstand van de bovenkant van de onderdorpels van kozijnen en vluchtramen tot de vloer mag niet meer bedragen dan 0,80 m. Een vluchtraam moet minimaal 0,6 x 0,8 m. zijn, zodat ontkomen via het raam zonder moeite mogelijk is.
5.6. Luifel
–                     Het plaatsen van een luifel zonder ondersteuning (grondpaal) boven de toegangsdeur van een tuinhuisje is toegestaan.
–                     De horizontale diepte mag maximaal 1 meter zijn.
–                     Boven de toegangsdeur is een breedte van 1.20 meter toegestaan. Boven een dubbele toegangsdeur maximaal 2.20 meter.
De leden die een afwijkende maat willen mogen een bouwaanvraag indienen die overeenkomt met maximaal 1.20 m² (enkele toegangsdeur) of 2.20 m² (dubbele toegangsdeur). Dit betekent, dat u bv. boven een enkele deur een luifel van 60 cm diep en 2 m breed mag maken.
5.7.   Rookgasafvoerkanaal en stookplaats
–                     Het maken van een rookgasafvoerkanaal en een stookplaats in een tuinhuis is toegestaan onder voorwaarde dat wordt voldaan aan de brandveiligheidseisen bouwbesluit en van de brandweer. (informatie bij de commandant brandweer).
–                     Brandstoffen, welke algemeen als hinderlijk worden beschouwd mogen niet worden gebruikt.
5.8.   Afstand tuinhuis tot een perceelscheiding
–                     De afstand van een tuinhuis tot perceelscheiding mag niet minder bedragen dan 1,75 m.
–                     Op het nieuwe complex, vanaf tuinnummer 104, mag de afstand van het tuinhuis tot de groenstrook niet minder dan 2.00 m bedragen.
5.9.   Nokrichting
–                     De nokrichting van het tuinhuis wordt in overleg met de Bouwcommissie bepaald.
Artikel 6. Schuur
–                     Voor de plaatsing van een schuur zie artikel 3 en 4.
–                     Er mag per tuin slechts één schuur worden gebouwd, die als berging mag worden benut.
6.1. Het uitwendig grondoppervlak mag niet meer bedragen dan 6 m² en de lengte niet meer dan 3 meter.
Een dakoverstek gemeten buitenwerks in verticale projectie van maximaal 0,35 meter is toegestaan.
Bij een overstek groter dan 0,35 meter wordt het meerdere opgeteld bij het oppervlak van de schuur.
6.2. De afstand tussen hoogste punt dak en vloer mag niet meer zijn dan 2,40 m.
6.3. Een schuur mag nergens dichter bij de grens van een tuinperceel worden gebouwd dan 1,75 m.
6.4. Een fundering van een schuur mag bestaan uit tegels en/of betonnen opsluitbanden. Een gegoten betonplaat en/of metselwerk is niet toegestaan. De buitenwanden bestaan uit hout of milieuvriendelijk kunststof (bij voorkeur liggende rabbatdelen).
Toegestane kleuren zijn: bruin, donkergroen en crème. (zie ook artikel 5.3).
6.5. Als dakbedekking zijn toegestaan bitumineuze dakbedekking afgewerkt met leislag, alsmede stalen dakplaten met dakpannenprofiel. Voor de dakbedekkingen gelden de kleuren groen, roodbruin, grijs en zwart (zie ook artikel 5.4, info – toepassing daksingles). Overige dakbedekking in overleg met de Bouwcommissie.
Artikel 7. Kweekkas
–                     Voor de plaatsing van een kweekkas zie artikel 4.
–                     Bij plaatsing van een kweekkas is toestemming van de Bouwcommissie verplicht.
7.1. De bouw van één kweekkas van maximaal 6 m² grondoppervlak  is ongeacht de grootte van een tuin toegestaan.
7.2. Op een tuin, kleiner dan 200 m² grondoppervlak, zonder schuur  en/of tuin-opbergkast, is één kweekkas van maximaal 12 m² toegestaan.
Indien op deze tuin een schuur aanwezig is, dan mag het totale grondoppervlak van kweekkas, schuur en/of tuinopbergkast niet meer bedragen dan 12 m².
7.3. Op een tuin, groter dan 200 m² grondoppervlak mogen de nog niet gebruikte vierkante meters aan maximale bebouwing van tuinhuis (eventueel met schuur en/of tuinopbergkast) worden opgeteld bij de kweekkas tot een maximum van 12 m².
7.4. Plaats, grootte en bouwmaterialen
–                     Een kweekkas mag nergens dichter bij de grens van een tuinperceel staan dan 0,75 m.
–                     De oppervlakte van een kweekkas mag niet meer bedragen dan 12 m² en de grootste lengte niet meer dan 4 meter.
–                     De nokhoogte van een kweekkas mag niet meer dan 2,50 meter bedragen, gemeten vanaf het maaiveld.
–                     Een kweekkas mag alleen bestaan uit een metalen of houten geraamte met lichtdoorlatend glas of kunststofplaat.
Een tunnelkas met een kunststof frame en plastic folie is niet toegestaan.
Artikel 8. Overige bouwwerken
8.1. Onder overige bouwwerken wordt verstaan o.a.:
–                     tuinopbergkast, gereedschapkist, gasflessenkist, windscherm/tuinscherm, broeibak, broeitunnel, pergola, septic-tank,  zakput, compostbak, wallenkantbeschoeiing, vijvers, tenten en kinderbadjes/zwembaden.
Kleur van deze overige bouwwerken aangepast aan de natuurlijke omgeving.
8.2    De afstand tussen overige bouwwerken en een erfscheiding dient minimaal 0,50 meter te zijn.
Is de erfscheiding een sloot dan moet deze afstand minimaal 1 meter zijn vanaf de insteek van het water (overgang van talud naar maaiveld).
Bij een zakput is deze afstand 3 meter vanaf de sloot.
Bij een compostbak is deze afstand 5 meter (zie voorschriften Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij).
8.3.   De plaatsing van een bouwwerk dient in overleg met de Bouwcommissie te geschieden.
8.4.   Tuinopbergkast
–                     Onder een tuinopbergkast wordt verstaan een bergruimte hoger dan 0,80 meter, gemeten vanaf het maaiveld.
–                     De toegestane hoogte is plaatsafhankelijk:
– bij plaatsing tegen een tuinhuis is dat maximaal 2,40 meter.
– bij een vrijstaande kast is dat 2,00 meter.
–                     Het toegestane grondoppervlak is maximaal 1,5 m².
–                     Materiaal en kleur in overeenstemming met bestaande bebouwing en/of natuurlijke omgeving.
8.5.   Gereedschapkist
–                     Een gereedschapkist mag niet hoger zijn dan 0,80 meter, gemeten vanuit het maaiveld.
De maximale afmetingen van een gereedschapkist zijn 4 x 0,60 x 0,80 meter (l x b x h). Materiaal : hout of kunststof (kleur aangepast aan de natuurlijke omgeving).
8.6.   Gasflessenkist
–                     Een gasflessenkist mag niet hoger zijn dan 0,80 meter gemeten vanuit het maaiveld en moet aan de onderzijde goed geventileerd zijn.
–                     De grootste lengte mag niet meer bedragen dan nodig is om maximaal twee gasflessen te plaatsen.
–                     Gasflessen, al dan niet leeg, dienen in de gasflessenkist buiten te worden bewaard. (Zie ook de artikelen 9.7., 9.8. en 9.9.)
–                     Materiaal: hout of kunststof, (kleur aangepast aan de natuurlijke omgeving).
8.7.   Windscherm / Tuinscherm
–                     Op een tuin mag maximaal 5,5 strekkende meter windscherm en/of tuinscherm worden geplaatst met een maximale hoogte van 1,80 meter.
–                     Een windscherm / tuinscherm moet minstens 50% lichtdoorlatend zijn.
–                     Een windscherm en/of  tuinscherm mag geen verbinding vormen tussen gebouwen.
–                     Een windscherm en/of tuinscherm mag geen dichte schutting zijn bedoeld als perceelscheiding.
8.8.   Broeibak
–                     De maximale hoogte van een broeibak is 0,80 meter  gemeten vanuit het maaiveld.
–                     De totale oppervlakte van de broeibak(ken) mag maximaal 12 m² zijn.
De ramen van de broeibak dienen stormvast gefixeerd te zijn. Kleur van de broeibak aangepast aan de directe omgeving.
8.9. Broeitunnel
–                     Jaarlijks mag een broeitunnel als tijdelijk bouwwerk op de tuin staan in de periode van 1 februari tot 1 november.
–                     Toegestane afmetingen en materialen:
  • Maximaal 0,80 meter hoog en 12 m² grondoppervlak.
  • Geraamte van metaal, hout of kunststof met doorzichtige, niet reflecterende folie.
8.10. Pergola
–                     Onder een pergola wordt verstaan een open bouwwerk bestaande uit pijlers en een open dak van latwerk, hetwelk men door planten kan laten begroeien.
De hoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 meter gemeten vanuit het maaiveld.
8.11.  Septictank en zakput
–                     Bij elk tuinhuis, waarin een toilet aanwezig is, moet een septictank zijn aangebracht, met een minimum inhoud van 1 m³ en van voorgeschreven constructie. (Nadere informatie via de Bouwcommissie).
–                     De overloop van deze septictank moet zijn aangesloten op een zakput.
–                     Lozing van afvalwater, via de septictank, op open water vereist een individuele lozingsvergunning van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vechtstreek.
–                     Het huishoudelijk afvalwater en de afvoerleiding van een doucheruimte moeten worden aangesloten op een aparte zakput van ca. 1 m³ inhoud.
–                     Een zakput mag zich op geen kleinere afstand dan 3 meter van enige sloot bevinden, gemeten vanaf de insteek van het water (overgang van talud naar maaiveld).
Opmerking
De septictank heeft tot doel het biologisch afbreken van het afvalwater. Daarom mag uitsluitend het toilet op de septictank worden aangesloten. Om de optimale werking van de septic-tank te behouden mag voor het toilet alleen een schoonmaakmiddel worden gebruikt dat voor septictanks geschikt is, met de vermelding “biologisch afbreekbaar”.
8.12. Wallekantbeschoeiing
–                     Een natuurlijke begroeiing van b.v. gras heeft de voorkeur.
–                     Anders, met gebruik van watermilieuvriendelijke materialen, volgens de richtlijnen van het Hoogheemraadschap “Amstel, Gooi en Vecht”.
–                     De hoogte van de beschoeiing mag maximaal 0,30 meter boven het water staan (zomerpeil).
–                     Wallekantbeschoeiing mag alleen in sloten op de verenigingsgrond worden aangebracht met goedkeuring van de Bouwcommissie en Dagelijks Bestuur, dus niet in de “spoorsloot”.
–                     Voor het aanbrengen van een wallekantbeschoeiing is een individuele vergunning van het Hoogheemraadschap nodig.
8.13. Vijvers
–                     Vijvers zijn tuinelementen met een maximaal oppervlak van 8 m² met een diepte van gemiddeld 50 cm.
–                     De afgegraven grond moet op eigen tuin worden opgeslagen. Indien de aanwezigheid van een ingegraven vijver de uitgifte van de tuin aan een nieuwe gebruiker verhindert moet de vijver worden verwijderd en gevuld met schone zwarte tuingrond.
–                     Vijvers worden niet getaxeerd, dus de waarde is nul.
–                     Er dient een voorziening te worden getroffen waardoor landdieren
–                     (bijv. egels) uit een vijver kunnen klimmen.
8.14. Tenten
–                     Een tent wordt gezien als een bouwwerk.
–                     Conform art.2.1 van het bouwreglement is het zonder toestemming van het DB niet toegestaan enig bouwwerk te plaatsen, geheel of gedeeltelijk op te richten, te vernieuwen of te vergroten.
–                     Tenten mogen wel overdag worden opgezet van 8.00 tot 22.00 uur, maar mogen dus niet een nacht blijven staan.
–                     Tenten mogen nooit in plaats van en ook niet als uitbreiding van een tuinhuis worden gebruikt. In dit kader wordt verwezen naar
artikel 24 van het huishoudelijk reglement.
–                     Met het plaatsen van een tent mag de maximaal toegestane bebouwing niet worden overschreden.
–                     Partytenten – voorzien van minstens twee open zijkanten – mogen wel gedurende het tuinseizoen, van 1 april tot 1 oktober, worden geplaatst.
8.15. Kinderbadjes/zwembaden
–                     Alleen mobiele kinderbadjes met een maximale inhoud van 1 m³ (1x2x0,5 = 1000 liter zijn gedurende 3 maanden toegestaan in de periode van 1 april tot 1 oktober. Alle overige zwembaden zijn niet toegestaan..
Artikel 9. Algemeen
9.1. Elk bouwwerk moet in goede staat worden gehouden en mag geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid opleveren.
9.2. Indien een bouwwerk naar het oordeel van de Bouwcommissie niet voldoet aan de in deze voorschriften gestelde eisen, dan moeten daaraan de door de commissie voorgeschreven voorzieningen worden getroffen binnen een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen termijn.
9.3. De voorgeschreven voorzieningen en de vastgestelde termijn waarbinnen dit moet geschieden, worden schriftelijk aan het desbetreffende lid kenbaar gemaakt. Mocht het lid aan dit schrijven geen gevolg geven, dan zal het bouwwerk voor zijn/haar rekening en risico worden verwijderd.
9.4. Asbest en asbesthoudende materialen b.v. oude bloembakken, golfplaat e.d. zijn verboden. Indien aanwezig op tuinen dan dient dit materiaal volgens de regels te worden afgevoerd. In het geval dat er zich asbesthoudend materiaal bevindt in de constructie van een gebouw en/of slootbeschoeiing, dan moet dit worden gesignaleerd, waarna overleg volgt.
Opmerking: Het Bestuur / V.T.V. Kweeklust kan nimmer aansprakelijk gesteld worden t.a.v. “asbestkwesties”.
9.5.   Het gebruik van stortbeton is op de tuinen niet toegestaan.
9.6.   De totale oppervlakte van bovengrondse bouwwerken en verharding in de vorm van (sier)bestrating, broeibakken e.d. mag niet meer bedragen dan 30% van het tuinoppervlak.
9.7. De op een tuin aanwezige elektrische installaties en gasapparatuur met aan- en afvoerleidingen dienen aan de wettelijke eisen te voldoen.
Bij het gebruik van gastoestellen en elektrische installaties behoren de voor die toestellen en aanleg geldende voorschriften te worden gehanteerd.
9.8. Het lid is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de aanwezige leidingen en apparatuur op de eigen tuin en is volledig aansprakelijk voor alle schade, zowel lichamelijk als materieel, die ontstaat als gevolg van mankementen aan het stelsel en/of apparatuur.
Bouwreglement en bouwvoorschriften VTV Kweeklust Weesp.
Goedgekeurd in Algemene Ledenvergadering d.d. 22.03.2004, art.1.2 en 8
gewijzigd/aangevuld  ALV 28-03-2011.