Art. 1           Gebruik van de tuin                                                     

Art. 2           Het aanzien van de tuin

Art. 3           Tuincontrole door de Tuincommissie

Art. 4           Hagen en hun onderhoud

Art. 5           Paden, hun onderhoud en gebruik

Art. 6           Groenstroken

Art. 7           Greppels, sloten en hun onderhoud

Art. 8           Omgang met wilde flora en fauna, ziekten en plagen

Art. 9           Tuingrenzen

Art. 10         Materiaalgebruik, beheer grond

Art. 11         Composthopen en afval

Art. 12         Beplantingsvoorschriften voor bepaalde tuinen

Art. 13         Bomen

Art. 14         Gebruik van verenigingsmaterieel

Art. 15         Omgangsvormen en fatsoen

Art. 16         Huisdieren

Art. 17         Veiligheid en toegang tot het tuinencomplex

Art. 18         Slotartikel

 

ALGEMEEN TUINREGLEMENT

 

Onverminderd hetgeen bepaald is in de statuten, het huishoudelijk reglement en voor zover er geen bijzondere bepalingen gelden, zijn de navolgende bepalingen als algemeen tuinreglement te beschouwen:

Artikel 1          Gebruik van de tuin

1.1         Het tuinieren c.q. het telen van voedings- en siergewassen, moet als vrijetijdsbesteding worden beoefend en mag niet het karakter van een bedrijf hebben.

1.2         De bewerking van de tuin zal door de leden persoonlijk of met hun gezinsleden moeten geschieden. Zij zullen hun tuin niet door anderen laten bewerken, tenzij het bij ziekte of anderszins noodzakelijk is, teneinde de tuin goed te onderhouden, maar dan wel in overleg met het bestuur.

1.3         Het is niet toegestaan het tuinhuis, schuur of plantenkas op de tuin te laten gebruiken door derden.

1.4         Het telen van drugsopleverende gewassen kan alleen plaatsvinden conform de geldende wetgeving. In geval van hierdoor optredende overlast kan het bestuur deze teelt(en) verbieden.

Artikel 2         Het aanzien van de tuin

Het tuinnummer moet goed zichtbaar zijn.

2.1         Minstens 70% van het tuinoppervlak moet als onverharde tuingrond worden benut. Zie ook het Bouwreglement. Wanneer dit nu meer is, wordt dit meerdere gedoogd totdat de huurder van de tuin vertrekt.
Grindbedekking wordt eveneens tot verhard oppervlak gerekend.

2.2         De tuin dient behoorlijk en gevarieerd beplant te zijn en vrij van onkruid te worden gehouden.

2.3         Jaarlijks vóór 1 april dient de tuin seizoensklaar te zijn, d.w.z. dat de groentetuin is gespit en de siertuin is opgeruimd.

2.4         Het is niet toegestaan – bijvoorbeeld ter voorkoming van onkruid – de tuingrond met niet natuurlijke materialen (zeil, plastic, e.d.) af te dekken. In geval van een zeer moeilijk beheersbare situatie kunt u contact opnemen met het bestuur.

2.5         De tuin is geen opslagplaats. Ontsierende objecten zoals afdekzeil, oud meubilair, glasopslag, oude ramen, oud hout en oud gaas moeten, indien aanwezig, worden verwijderd. Bouwmaterialen of daartoe dienende mogen niet langer dan een jaar op de tuin blijven liggen.

Artikel 3         Tuincontrole door de Tuincommissie

3.1           Het is niet toegestaan de tuin af te sluiten. Het bestuur en commissieleden moeten altijd de tuin kunnen betreden t.b.v. tuincontroles, het opnemen van watermeterstanden e.d.

3.2           Mede ter bevordering van het aanzien van het tuincomplex houdt de Tuincommissie algehele tuincontroles omstreeks 15 mei, 15 juli en 15 september. Daarbij wordt gelet op de netheid van de tuin (onkruid en rommel), onderhoud van verenigingshagen en paden, groenstroken, greppels, sloten en slootkanten.

3.3           De Tuincommissie plaatst 14 dagen voor de controles een kennisgeving op het mededelingenbord bij de ingang van het complex. Daarnaast worden ook tussentijdse controles gehouden. Raadpleeg voor de onderhoudseisen m.b.t. hagen, paden, sloten en groenstroken de betreffende artikelen van dit reglement.

3.4           Indien de Tuincommissie achterstallig onderhoud constateert, wordt de tuinder hiervan mondeling of schriftelijk op de hoogte gesteld. Zonodig wordt een datum voor hercontrole afgesproken.
Bij aanhoudend onvoldoende onderhoud treedt de boeteregeling in werking (zie het Huishoudelijk Reglement).

Artikel 4         Hagen en hun onderhoud

4.1         Struiken en bomen die als haag worden aangeplant dienen zodanig geplant en geknipt te worden dat een strook van 10 cm naast de paden en een strook van 50 cm naast aangrenzende tuinen vrij blijft van uitstekende takken.

4.2         Hagen op de erfgrens zijn eigendom van beide buren. Alles wat één van de buren met de haag doet dient in overleg met de andere buur te geschieden.

4.3         De verenigingshagen dienen driemaal in het jaar zodanig gesnoeid te worden dat de hoogte maximaal 100 cm en de breedte maximaal 50 cm bereikt.

4.4         Afwijkingen voor verenigingshagen van dit model zijn uitsluitend toegestaan na toestemming van de Tuincommissie. Deze afwijkingen kunnen een speelse of creatieve toevoeging zijn in de vorm van een bol op een hoek, een boog bij een toegang tot de tuin. De maximale hoogte van deze afwijking mag niet hoger zijn dan 240 cm als deze één keer voorkomt. Incidentele bogen zijn ook toegestaan tot een maximale hoogte van 180 cm. Deze bogen mogen niet meer dan de helft van de breedte of lengte van de tuin beslaan.

4.5        De overige hagen, zoals hagen tussen twee tuinen en langs een voetpad mogen maximaal 180 cm hoog zijn.

4.6        Een haag dient voor de eerste maal rond 15 mei, voor de tweede maal rond 15 juli en voor de derde maal rond 15 september gesnoeid te worden. Haag knippen is niet toegestaan als er  bewoonde vogelnesten in zitten.

4.7         Een haag of langs gaas groeiende klimplanten over de volle breedte of lengte van de tuin achter een verenigingshaag is niet toegestaan. Wel kan het zicht op de tuin worden beperkt door een gemengde aanplant van verschillende struiken met behoud van natuurlijke groeivorm. Bestaande hagen achter een verenigingshaag worden gedoogd totdat de gebruiker van de tuin vertrekt.

Artikel 5         Paden, hun onderhoud en gebruik

5.1         De bestrating van de paden is minimaal 90 cm breed. Een strook van 10 cm aan weerszijde van de bestrating behoort vrij gehouden te worden van bomen en struiken en er mogen geen takken over deze strook van 10 cm hangen. Wel mogen er makkelijk verwijderbare bodembedekkers groeien. Dit in verband met onderhoud aan de bestrating en aanleg van kabels en leidingen.

5.2         Het pad langs de gehuurde tuin moet schoon en vrij van onkruid worden gehouden tot minstens de halve breedte van het pad. Het pad mag niet verontreinigd worden met verfresten, chemisch afval e.d.

5.3         De vrije doorgang over de volle breedte van een pad moet altijd mogelijk blijven. Dus de paden mogen niet geblokkeerd worden door hekken, fietsen, kinderwagens, kruiwagens, karren en tuin- of huisafval.

5.4         Op paden met een bestrating van 90 cm breed mag niet worden gefietst. Op de overige paden verlenen fietsers voorrang aan voetgangers.

 

Artikel 6         Groenstroken

6.1         Functie van groenstroken

6.1.1    De groenstroken langs de rand van het terrein dienen voor de landschappelijke inpassing van het tuinencomplex in de omgeving.

6.1.2    De overige groenstroken dienen om bouwwerken aan het zicht te onttrekken en het aanzien van het tuinencomplex als één geheel te versterken.

6.1.3    Opslag van materialen, afval, composthopen en bestrating is in de groenstrook niet toegestaan. De groenstroken zijn verenigingsgrond.

 

6.2          Samenstelling en opbouw van de groenstroken

6.2.1    De beplanting van de groenstroken bestaat uit een gemengd assortiment van struiken en bomen, die bij voorkeur vogel-, insect- en mensvriendelijk zijn (bloeien, vruchtendragend en doornloos).

6.2.2    De ondergrond is begroeid met onderhoudsarme bodembedekkers.

6.3          Onderhoud van groenstroken

6.3.1    De verenigingsgroenstroken langs de spoorsloot en rondom verenigingsgebouwen worden collectief onderhouden door algemeen werk. De tuingebonden groenstroken worden in tuinbrede gedeelten onderhouden door de huurders van de aangrenzende tuinen. Dit geschiedt in overleg met het Bestuur/Tuincommissie ten einde een zekere samenhang in de beplanting te waarborgen.

6.4          Richtlijnen hoogte tuingebonden groenstroken

6.4.1    Tuinen 104 t/m117. Voor achtergelegen groenstrook langs de sloot geldt: de struik/boomhoogte bedraagt minimaal 3,5 meter tot maximaal 5 meter aan de tuinzijde om de tuinen visueel af te schermen. De struik- en boomhoogte aan de slootzijde bedraagt ca 2 tot 3 meter om de schaduwwerking van de groenstrook op het weiland te beperken. Het schaduwbeding is notarieel vastgelegd. Langs de sloot dient een strook van 1 tot 1,5 meter grasberm te zijn t.b.v. het onderhoud van de sloot.

6.4.2    Tuinen 119 t/m 129. Voor de voor deze tuinen gelegen groenstroken langs het hoofdpad geldt: de struikhoogte langs het hoofdpad is laag en neemt toe tot maximaal 3,5 meter aan de tuinzijde. Op deze wijze worden de aangrenzende tuinen aan het zicht onttrokken, terwijl de schaduwwerking op de tegenoverliggende tuinen beperkt blijft.

 

Artikel 7         Greppels en sloten en hun onderhoud

7.1         Lozingen

7.1.1          Er mag uitsluitend regenwater op greppels en sloten worden geloosd.

 

7.2          Greppels en hun onderhoud
Greppels regelen de waterafvoer van tuinen, die niet direct aan een sloot gelegen zijn.

Degene wiens tuin aan een greppel grenst dient dit greppeldeel schoon en op diepte te onderhouden, zodat het greppelsysteem in het geheel goed werkt.

7.3 Inrichting slootoevers

7.3.1         Oever van de spoorsloot

De spoorsloot met een aangrenzende strook grond van 1 meter breed op ons tuincomplex is eigendom van de N.V. Nederlandse Spoorwegen.

Leden met een tuin langs de spoorsloot moeten deze strook vrij van obstakels houden, slechts een lage begroeiing is hier toegestaan.

NS-personeel en NS-ingehuurde firma’s mogen ten alle tijden deze strook betreden omslootwerkzaamheden uit te voeren. Eventuele hierbij ontstane schade aan beplanting is niet te verhalen bij de NS, ingehuurde firma’s of bij VTV Kweeklust.

 

7.3.2         Overige slootoevers

De oevers van de overige sloten moeten dusdanig zijn ingericht, dat slootwerkzaamheden over de gehele tuinlengte vanaf de eigen tuin kunnen worden verricht.

Slootmateriaal en bagger dienen op een afstand van minstens 75 cm van de waterlijn te kunnen worden neergelegd (keurvoorschrift).

7.3.3 Richtinglijn van de sloot en waterscheppunt

De sloot moet in de goede richtinglijn worden onderhouden. Een eventuele waterschep voorziening – zoals een trapje in de slootoever – mag niet in de sloot uitsteken.

7.3.4 Plaatsen van een slootoever beschoeiing

Raadpleeg het Bouwreglement. Maar een natuurlijke begroeiing met gras en oeverbeplanting heeft de voorkeur.

7.3.5 Gebruik van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen.

Ter bescherming van de waterkwaliteit mogen slootoevers niet bemest of bespoten worden

(Lozingenbesluit  open teelt en veehouderij). Dit geldt tot en met een 50 cm brede zone vanaf de insteek van de sloot. Met de insteek wordt de overgang van talud naar maaiveld bedoeld.

Overtredingen van het Lozingenbesluit worden door het Hoogheemraadschap beboet.

7.4          Het onderhoud van sloten

7.4.1 Eisen slootonderhoud

Het slootonderhoud dient aan de eisen van het Keur van het Hoogheemraadschap AGV te voldoen. Voor het merendeel van de sloten (ca. 2m breed) geldt dat deze in het najaar geheel geschoond moeten worden. De oeverplanten mogen tot maximaal ca. 20cm uit de waterlijn langs een kant blijven staan. De slootdiepte is minimaal 40cm (1/5 van de breedte). Plantmateriaal en bagger moeten op minimaal 75 cm afstand van de waterlijn op de kant worden neergelegd.

7.4.2         Verantwoordelijkheid voor het slootonderhoud

De NS onderhoudt de  spoorsloot.

Voor de overige sloten zijn de leden voor zover hun tuin of de groenstrook behorend bij de tuin aan een sloot grenst verantwoordelijk (voor de halve slootbreedte). Gedeelten van sloten grenzend aan verenigingsgrond, alsmede slootduikers, dienen door de vereniging te worden onderhouden.

7.4.3 Slootschouw en controle op slootonderhoud

Het Hoogheemraadschap schouwt jaarlijks (okt/nov) het onderhoud van de sloten.

Bij overtreding van de onderhoudsverplichting worden handhavings middelen toegepast o.a. een boete voor het betreffende tuinlid.

7.4.4    De sloot t.o. de karrenloods, die niet geschouwd wordt door het Hoogheemraadschap, dient ook schoongehouden en onderhouden te worden.

 

Artikel 8         Omgang met wilde flora en fauna, ziekten en plagen

8.1          Maatregelen op basis van de Flora en Fauna wet

8.1.1 Broedseizoen vogels

Om de verstoring van broedvogels te voorkomen mogen in het broedseizoen (half maart- half juli) geen bomen en struiken worden gesnoeid of verwijderd. Haagknippen is wel toegestaan indien er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Dus vooraf goed controleren.

8.1.2         Andere in het wild levende dieren en hun omgeving

Bij uitvoering van werkzaamheden moet rekening gehouden worden met aanwezige planten en dieren. Verstoring dient tot het minimum te worden beperkt. Dieren moeten kunnen uitwijken. Voorbeeld: niet de sloot uitbaggeren in het winterseizoen.

Een vijver dient een voorziening te hebben waardoor landdieren (bijvoorbeeld egels) uit een vijver kunnen klimmen.

8.2          Overlast door dieren: slakken, muizen, mollen, ratten en vogels

Overlast gevende dieren mogen, indien nodig, slechts op milieuvriendelijke wijze worden bestreden, zodat hun natuurlijke vijanden  hierbij geen schade ondervinden.

Voorbeelden:

Bij bestrijding van slakken mogen alleen middelen die niet schadelijk zijn voor vogels, padden, egels en ringslangen  worden toegepast.

Muizen en ratten dienen, zonodig, te worden bestreden met klemmen, vallen en dergelijke. Gif is niet toegestaan omdat dit doorwerkt in vogels, wezels en andere dieren.

Bij aanhoudende rattenoverlast contact opnemen met het bestuur.

Voor het weren van vogels zijn alleen fijnmazig netten toegestaan, zodat vogels hierin niet verstrikt kunnen raken.

Het is niet toegestaan vogels (duiven, eenden, e.d.) te voeren. Dit ter voorkoming van ratten en muizen, alsmede overlast op andere tuinen.

8.3          Onkruid bestrijding

Alleen mechanische onkruidbestrijding, zoals verwijderen door schoffelen en uittrekken is toegestaan.

In uitzonderlijke situaties kan het bestuur toestemming verlenen tot het beperkt gebruik van een milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel en/of  het aanbrengen van een tijdelijke bedekking.

8.4          Verwijdering van zieke bomen en gewassen

Leden zij verplicht zieke bomen en gewassen, welke een gevaar voor andere bomen en gewassen kunnen vormen, van de tuin te verwijderen.

 

Artikel 9         Tuingrenzen

9.1         Alle omtrekken van de tuinen zijn afgepaald door stalen pijpen, hoeklijnen of paaltjes voorzien van een (blauw) merkteken. De omtrekmaten zijn op tekening vastgelegd.
Het is de leden niet toegestaan deze merktekens van de scheidslijnen van paden en tuinen te verplaatsen.

9.2         Het plaatsen van dichte schuttingen en het gebruik van prikkeldraad als tuinafscheiding is niet toegestaan. Voor het gebruik van tuinschermen – zie het Bouwreglement.

9.3         Een tuinafscheiding mag niet gebruikt worden om gewassen of heesters langs te leiden. Beplantingen nabij de tuingrenzen mogen nimmer aanleiding geven tot hinder van de naaste buur.

9.4         De minimale afstand van bomen tot de tuingrens is 2 meter en die van hagen is 50 cm (art. 5:42 van het Burgerlijk Wetboek). Hagen en overige beplanting moeten vanaf eigen tuin kunnen worden onderhouden.

9.5         Meningsverschillen aangaande overlastgevende beplantingen nabij de tuingrens worden opgelost met gebruikmaking van de betreffende artikelen van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 10         Materiaalgebruik, beheer grond

10.1      De grond van Kweeklust (ons eigendom!) dient zorgvuldig als tuingrond in goede staat te worden gehouden.

10.2      Organische bemesting verbetert de bodemstructuur, kunstmest mist deze werking. Gebruik daarom zo weinig mogelijk kunstmest.

10.3      Alleen natuurlijk composteerbaar materiaal mag op de tuin worden begraven. Puin, bouwhout, glas, kunststof, metalen, asbest, schadelijke vloeistoffen e.d. moeten altijd worden afgevoerd.

10.4      Het is niet toegestaan chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Overige bestrijdingsmiddelen alleen met toestemming van het bestuur.

10.5      Het gebruik van grind bij de tuininrichting is slechts toegestaan met gebruik van een onderliggend gronddoek om vermenging met de grond te voorkomen.

Artikel 11         Composthopen en afval

11.1      Het is niet toegestaan composthopen, mesthopen, giertonnen en tuinafval aan de paden of in de groenstroken te hebben. Composthopen en mesthopen moeten zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken. De naaste buren mogen geen hinder hebben van deze composthopen en mesthopen. Een composthoop of mesthoop dient op een afstand van minstens 5 meter tot de insteek van de sloot te worden opgeslagen of afgedekt (vlgs. Lozingenbesluit open teelt en veehouderij). Met de insteek wordt de overgang van talud naar maaiveld bedoeld.

En de afstand van een composthoop of een mesthoop tot een tuingrens dient minstens 50 cm te zijn.

11.2      Het is niet toegestaan buiten de tuin afval te werpen.

11.3      Het is wettelijk verboden om en zonder toestemming van Gemeente en Brandweer afval in de open lucht te verbranden (milieuvervuiling).

11.4      Jaarlijks wordt door de Vereniging in november een hakselaar gehuurd. Grote takken kunnen vooraan op het complex worden neergelegd. Dit vanaf het moment dat op het mededelingenbord de datum van de komst van de hakselaar wordt gepubliceerd.

11.5      De Gewestelijke Afvalstoffen Dienst (GAD) haalt geen afval bij het tuincomplex op. Elke afvoer moet verzorgd worden door het tuinlid zelf.

 

Artikel 12         Beplantingsvoorschriften voor bepaalde tuinen

12.1          Algemeen

Voor een tuin kunnen speciale beplantingvoorschriften gelden, die m.n. samenhangen met de ligging van de tuin. Deze voorschriften staan vermeld in de tuinomschrijving die de nieuwe huurder bij aanvang van het lidmaatschap ontvangt.

 

12.2 Voorschriften op basis van landschappelijke inpassing van het terrein van de Gemeente Weesp i.v.m. het bestemmingsplan (infrastructuur/landschapsplanning)

12.2.1 Tuinen 100 t/m 103

De beplanting dient een uitgesproken open karakter te hebben met laagblijvende begroeiing. Slechts enkele struiken /bomen van max. 180cm zijn toegestaan.

12.2.2 Tuinen 117 t/m119

De beplanting dient een deels open karakter te hebben. Lage beplanting vanaf de slootkant, die hoger mag worden naar gelang men verder de tuin ingaat.

12.2.3  Op tuinen van het “oude complex”, die direct aan de weilandsloot grenzen dient de bebouwing deels aan het zicht vanaf de openbare weg te worden onttrokken door aanplant van struiken en bomen.

12.3          Beperking boomhoogte nabij de spoorlijn (Spoorwegwet 1875)

Op tuinen gelegen in de bocht van de spoorlijn mogen bomen binnen een afstand van 20 meter, gemeten vanaf de voet van de spoordijk, maximaal toprail (=railhoogte) hoog zijn.

12.4          Beperking schaduwwerking van beplanting

Voor tuinen kunnen speciale maximale hoogten van beplanting worden voorgeschreven ter voorkoming van overlast op aangrenzende tuinen.

Artikel 13         Bomen

13.1          Advies

De Tuincommissie kan de leden t.a.v. het planten, snoeien en/of kappen van bomen adviseren.
13.2          Planten van bomen

Bomen welke hoger zijn of worden dan 3meter mogen slechts op een afstand van ten minste 2 meter aan de binnenzijde van de tuingrens worden geplant
(art. 5:42 van het Burgerlijk Wetboek).

13.3          Snoeien van bomen

Overhangende takken zijn eigendom van de boomeigenaar en mogen niet zonder diens toestemming worden gesnoeid (art. 5.44 van het Burgerlijk Wetboek).

En er mag niet zo rigoureus worden gesnoeid dat het voortbestaan van de boom in gevaar komt (art.3:13 BW).

13.4          Kappen en kapvergunningen

T.a.v. het kappen van bomen dient van tevoren overleg plaats te vinden met de Tuincommissie.

Heeft de stam van de boom op een hoogte van 130 cm een diameter van 15 cm of meer, dan dient de procedure van een gemeentelijke kapvergunning te worden gevolgd. Alleen het bestuur kan een kapvergunning aanvragen. De eventuele legeskosten zijn voor rekening van het betrokken lid.

 

Artikel 14         Gebruik van verenigingsmaterieel

14.1      Verenigingskruiwagens, karren en gereedschap mogen uitsluitend op Kweeklust worden gebruikt en dus niet voor gebruik buiten het complex worden meegenomen.

14.2      Kruiwagens en karren moeten leeg en schoon op dezelfde dag worden terug gebracht op de daarvoor aangegeven plaats.

14.3      De aanhanger is na reservering max. 24 uur beschikbaar (laden en lossen) en dient weer schoon te worden/zijn teruggeplaatst. Bekeuringen voor gebreken aan verlichting, borging en afdekken lading zijn voor rekening van de lener.

14.4      Gereedschap voor speciaal tuin- en slootwerk is te leen. De uitleen en inname wordt schriftelijk vastgelegd. Gereedschappen na gebruik goed schoongemaakt zo spoedig mogelijk weer inleveren.

14.5      Bij beschadiging of wegraken van materialen zullen deze op kosten van de gebruiker worden hersteld of aangekocht. Een en ander ter beoordeling van het bestuur.

14.6      De vereniging is niet aansprakelijk voor enig lichamelijk letsel  ontstaan door ondeskundig gebruik van het gereedschap.

Artikel 15         Omgangsvormen en fatsoen

15.1      Huurders zullen zoveel mogelijk medewerking verlenen tot handhaving van orde en netheid en tot het tegengaan van diefstal en vernielingen. Ze bevorderen een goede verstandhouding met de medehuurders en bezorgen deze geen schade of overlast.

15.2      Het is niet toegestaan ongevraagd en zonder geldig bewijs een tuin van een ander te betreden of daarop werkzaamheden te verrichten zonder toestemming van de tuinder en/of in overleg met het bestuur.

15.3      Een barbecue is toegestaan met dien verstande dat buren hiervan geen hinder mogen ondervinden (vermijden grote rookwolken).

 

15.4      Het is niet toegestaan geluidsoverlast te veroorzaken door radio’s, TV’s, andere geluidsdragers of luidruchtig gezelschap. Ook hinderlijke spelen, zoals vliegeren, mogen niet uitgevoerd worden.

15.5      Verbrandingsmotoren bestemd voor aandrijving van kettingzagen, cirkelzagen, boren pompen, acculaders en dergelijke en elektrisch gereedschap, mogen alleen op werkdagen en op zaterdag gebruikt worden tussen 9.00 en 19.00 uur.
Ditzelfde geldt voor elektrische grasmaaiers, timmerwerkzaamheden, e.d. Probeer zoveel mogelijk op zondag de rust in acht te nemen en geen geluidsoverlast te veroorzaken.

15.6      Het is niet toegestaan met brommers, motoren en andere gemotoriseerde vervoermiddelen de paden te berijden. Fietsers moeten zich aanpassen aan voetgangers. Overige wagens of vervoermiddelen alleen met toestemming van het bestuur.
Het is niet toegestaan fietsen op de paden te stallen.

15.7      Het is niet toegestaan geschreven of gedrukte stukken aan te plakken of te verspreiden zonder toestemming van het bestuur.

Artikel 16         Huisdieren

Het is niet toegestaan:

–                op de tuin levend vee te houden;

–                huisdieren te houden, die overlast veroorzaken;

–                honden en/of katten onaangelijnd buiten de tuin op het terrein te laten lopen;

–                uitwerpselen van honden en of katten op het terrein achter te laten.

Pluimvee, vogels (geen duiven) en konijnen zijn beperkt (3 stuks) toegestaan en alleen in het voorjaar, de zomer en de herfst.

 

Artikel 17          Veiligheid en toegang tot het complex

17.1      Elk lid moet bij passering het toegangshek dichttrekken (niet op slot draaien) tussen:

–                21.00 en 08.00 uur tijdens het
tuinseizoen van 1 april tot 1 oktober

–                Altijd in het

voor- en naseizoen van 1 oktober tot 1 april

17.2      Elk tuinlid ontvangt minimaal één sleutel. Bij verlies wordt een kopie voor rekening van het tuinlid verstrekt.

17.3      De sleutel(s) moet(en) bij beëindiging van het lidmaatschap bij het bestuur worden ingeleverd.

 

Artikel 18         Slotartikel

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het Dagelijks Bestuur in overleg met de Tuincommissie.
Tuinreglement VTV Kweeklust Weesp.

Goedgekeurd in de Algemene Ledenvergadering d.d. 7 april 2008, wijziging/aanvulling art 17 en 8 alv 28-03-2011.